zondag 15 november 2020

Selffie of self free?

Mijn mobiele telefoon heb ik iedere dag wel een aantal keren in de hand en waarschijnlijk ben ik dan niet de enige. Ik houd van fotograferen en ook daarin ben ik niet de enige. Op social media zie ik heel veel foto's voorbij komen. Wat mij opvalt is dat sommige mensen vaak selfies posten. Vooral jonge vrouwen vinden dat een leuke bezigheid: een foto met een pruillip, met een half geopende mond, met uitgestoken tong en nog veel meer varianten om hun mond te accentueren.

 

Dan de ogen: Verliefd, of verleidelijk kijkend, uitdagend ondeugend. Bijna nooit zie ik selfies voorbij komen met een verdrietig gezicht, of huilend. Op de meeste selfies staan we lachend. Tonen al deze foto's de werkelijkheid? Laten ze ten diepste zien hoe het ervoor staat met ons, zomaar, in een onbewaakt ogenblik? 

De ogen zijn de spiegel van de ziel, zo luidt een Nederlands spreekwoord. Ogen spreken zonder woorden. Veel mensen dragen een masker. (Nee, ik heb het niet over de dringend geadviseerde mondmaskers tijdens deze Covid periode) Iemand die met een vluchtige blik naar de ander kijkt, wordt zo misleidt om de persoon te kunnen zien zoals hij of zij is. Alleen degene die werkelijk moeite doet om de ander in de ogen te kijken ziet dat. Daarvoor moet je dichtbij iemand komen en dat vraagt tijd en aandacht voor de ander en wat minder zien op onszelf.

 

Ik las vanmorgen in de bijbel  'En op ons gezicht is het licht van de macht en majesteit van de Heer te zien. Want er is geen 'doek' over ons gezicht. We zijn als spiegels die steeds meer de stralende macht en majesteit van de Heer weerspiegelen. Want we gaan steeds meer op Christus lijken. Dat gebeurt door de Geest van de Heer.'  

2 Korintiërs 3:18

Dankzij deze tekst kreeg ik ook deze gedachten. Daarom heb ik mij voorgenomen om wanneer ik in de spiegel kijk, toch ook met grote regelmaat te bezien of ik al meer op Christus lijk, ook in een onbewaakt ogenblik.  Mijzelf spiegelen zeg maar. Is Jezus al meer zichtbaar in mij?

Wat minder selffee (selfish) en wat meer self free zijn.

zaterdag 14 november 2020

Een verderlichte last

Met een pakketje onder mijn arm loop ik naar de winkel om het daar af te geven. Terwijl ik de wandeling nog wat groter maak, merk ik opeens hoe licht ik mij voel! Ik besef opeens: ik heb geen rugzak om! Normaal combineer ik het aangename met het noodzakelijke en haal ik lopend (of fietsend) mijn boodschappen. Dat ik zonder een last op mijn rug loop en dit ook opmerk, is dus voor mij een bijzondere ervaring.

 

Al lopend geniet ik met volle teugen van het mooie weer en de prachtige herfstkleuren. De tinten rood, groen, bruin en geel, zijn zó verschillend. De ene kleur is nog uitbundiger dan de andere en de zon die zich af en toe even laat zien, versterken de kleurnuances nog meer. O, wat houd ik van de herfst. De schepping op haar mooist.  Alsof de hele schepping ons nog een extra dosis vreugde en uitbundigheid wil geven, voordat het winterseizoen begint.

 


Mijmerend over het ontbreken van mijn rugzak, denk ik aan andere rugzakken. Onlangs werd dit uitgebeeld door Geeske, de geestelijke moeder van diverse vrouwen (en waarschijnlijk ook mannen en kinderen). Zij kwam zwaarbeladen met rugzakken, tassen en andere bagage het podium op, voor een drama stuk. De boodschap die ze op deze manier uitbeeldde, was ook een drama. Zoveel mensen lopen met een zwaarbeladen geestelijke rugzak rond. Soms al zolang ze zich kunnen herinneren. Die rondlopen met zoveel verdriet en pijn. Ik herken het wel.

Twijfels, ben ik wel goed genoeg? Doe ik het wel goed genoeg? Zien mensen mij wel? Doe ik er wel toe? Vragen, o wat kunnen we veel vragen hebben. Bijna teveel om op te noemen.

Angst. Herkenbaar? Is er in de puinhoop van het leven nog hoop?

Alle rouw en verdriet opgedaan in iemands jonge leven of op latere leeftijd.

Schuld, schaamte, afwijzing. Al deze dingen worden niet alleen een figuurlijke rugzak die niet meer afkomt, daarnaast ontwikkelt zich in de loop der jaren ook nog een extra last, als van een zware steen. En wij lopen maar te zeulen en gebukt te gaan onder deze zware last!

 

Wat had ik zelf een zware rugzak, met heel wat stenen er in. Gelukkig mocht ik die rugzak met alle ballast erin bij onze hemelse Vader achterlaten. Dat was niet eventjes hoor, zo van: rechterschouder los, linkerschouder los en laat het maar afglijden…. Nee, het ging met veel strijd en moeite gepaard. Af en toe nam ik weer wat stenen mee in mijn rugzak en af en toe slingerde iemand anders er wel één in. Het was een proces die vele jaren heeft geduurd.

 

Dankbaarheid overstroomt mij. Wat een voorrecht dat er mensen zijn geweest die mij bij de hand hebben genomen tijdens deze moeizame levenstocht. En wat een genade dat Vader die last van mij af heeft genomen. 'Jezus zei: 'Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.' MATTEÜS 11:28-30

 

Innerlijke rust heb ik mogen vinden! Daarom heb ik een groot verlangen om ook anderen (vrouwen) bij de hand te nemen en te helpen om die rust te vinden. Om een tijdje met hen op te lopen. Dat maakt de last al een stuk lichter.

 

Terwijl ik zo heerlijk onbelast en genietend in de natuur loop, denk ik terug aan een ander voorval. Heel veel jaren geleden.

Samen met mijn lieverd liepen we in het winkelcentrum. Het was een dag vergelijkbaar als deze. De wind had hele grote herfstbladeren bijeen geblazen en het hoopte zich op voor de deuren van de winkels. We begonnen te lachen en te rennen en ondertussen schoppend tegen al die bladeren en alsof het niet genoeg was, probeerde de een de ander met een handvol bladeren te overdekken. Op dat moment kwam er een man langs fietsen. Zijn gezicht stond erg droevig, maar toen hij ons daar zag 'spelen' kwam er een ontwapenende lach op zijn gezicht.

Wij gedroegen ons als kleine kinderen. Maar zei Jezus Zelf niet dat wij moesten worden als de kinderen?

Laat mij dan maar lekker een kind zijn. Ik maak een vreugdesprongetje en terwijl ik tegen de bladeren schop vervolg ik mijn wandeltocht. Een blaadje dwarrelt langzaam naar beneden. Vederlicht. En zo voel ik mij ook.

 


 

vrijdag 13 november 2020

Een les in nederigheid

Mijn moeder had een groot hart voor de weduwen en wezen en de alleenstaanden. Af en toe kwam er tijdelijk iemand bij ons in huis wanneer ze geen andere verzorging hadden en wel extra verzorging nodig hadden. Óf ze bleven gewoon jarenlang als kostganger bij ons wonen. Ook bezocht mijn moeder dergelijke mensen regelmatig. Af en toe mocht ik met haar mee. Vooral als ze naar juffrouw Schipper ging, dan wilde ik graag mee gaan. Zij was een gezellige, oudere vrouw die ook onderwijzeres was en ik herinner mij een fantastisch mooie theepot, waar ik gebiologeerd naar kon kijken. Zij was onderwijzeres in de eerste klas van de lagere school. Toen ik als 6 jarige voor het eerst naar school ging en de hele dag zonder mijn onafscheidelijke moeder was, was zij voor mij een veilige thuishaven. Eén keer mocht ik als 'uitverkorene' naar haar huis fietsen omdat ze niet genoeg witte kruis poeders meer had en ze er wel eentje nodig had. Wat een luxe! De andere kinderen zaten nog in de klas en ik zat al zingend op de fiets om deze boodschap voor 'mijn juffrouw Schipper' te mogen doen. Ik zie nog voor mij hoe ze de sachet opende, dubbel vouwde en het witte poeder in haar mond liet glijden, waar ze het wegspoelde met een glas water. 

 

Op mijn 8ste leerde ik een heel andere kant van haar kennen. Ik liep in de lange gang waar alle jassen van de scholieren hingen en er lag één jas op de grond. Omdat ik daar net liep, sommeerde juffrouw Schipper mij om die jas op te pakken en op de kapstok te hangen. 'Die jas is niet van mij' reageerde ik. 'Pak die jas op en hang hem op!'. 'Maar juf, die jas is niet van mij!' herhaalde ik mijn antwoord. Juffrouw Schipper kwam naar mij toe en met haar rechterhand pakte ze mijn linkeroor beet en drukte die naar de grond. 'Pak die jas' siste ze. Mijn oor gloeide aan mijn hoofd en binnenin mij gloeide een nog veel grotere verontwaardiging. De liefde was over.

 

Tijdens mijn dagelijkse wandeling realiseerde ik mij wat nederigheid was. Jezus leerde het ons o.a. door zijn onderwijs. Wanneer iemand je vraagt om één mijl met hem te lopen, loop dan twee met hem. En als iemand om jouw jas vraagt, geef hem dan ook je hemd. De voetwassing die Hij bij zijn leerlingen deed, was wel het toppunt van nederigheid, om over Zijn kruisdood maar te zwijgen. Dit alles kwam in mijn gedachten en een glimlach krulde mijn mond omhoog van de ironie, want ik realiseerde mij ineens wat er wezenlijk veranderd is binnenin mij.

 

De tijden zijn veranderd, de mensen zijn veranderd en hun gedrag is erg veranderd. Waar ik ook loop of fiets, overal ligt wel ergens zwerfafval. Dit wilde ik gaan opruimen maar een plastic zak was zo gauw vol. Van het een kwam het ander en ik nam contact op met de provincie om te vragen naar mogelijkheden om dit op te kunnen ruimen op een gemakkelijke en veilige manier. Ik kreeg vanuit Groningen allerlei materialen die dit opruimen vergemakkelijkten. Nu ben ik dus een 'plogger'. Dat wil zeggen, tijdens wandelingen wordt er ondertussen ook zwerfafval opgeruimd. Ook een aantal kleinkinderen zijn al enthousiast hiervoor en we hebben al mooie momenten samen gehad, terwijl wij aan het ploggen waren. De verontwaardiging van kleine kinderen bij het zien van al dat vuilnis wat overal gedumpt ligt, is mooi om mee te maken. Ik geloof dat ze hiermee een praktijkles hebben gehad om te leren hoe het níet moet en wat de gevolgen zijn van het achteloos wegwerpen van de rotzooi. Soms náást een vuilnisbak.

Nederig (letterlijk en figuurlijk) de rotzooi van een ander opruimen, zonder dat iemand erom vraagt. Ik heb een wijze les gehad. Juffrouw Schipper kan tevreden zijn.

 



donderdag 12 november 2020

In nevelen gehuld

 Het is twee dagen mistig geweest. Mist ziet er niet alleen mysterieus uit, het hééft ook iets mysterieus.

Ons zichtbaar wereldje is maar klein en het zichtbare verplaatst zich daar waar wij ons verplaatsen. De nevelen blijven bij ons en omgeven ons. Wanneer wij autorijden, doemt er af en toe iets voor ons op en zelfs onze oriënteringspunten zien er anders uit. Zo reed ik de laatste keer op de snelweg de afrit voorbij die ik al jarenlang neem om weer thuis te komen. Ik verbaasde mij er over. Als ik nu in gedachten was geweest, dan had ik het gesnapt, maar ik was toch echt op de herkenningspunten af gegaan. Blijkbaar leken ze op elkaar en had ik het niet goed onderscheiden.

 

Ons leven kent ook zulke mistperioden. Er is afkoeling. Geestelijke afkoeling en ons denken wordt beneveld, als in wolken gehuld. We zien alleen nog de realiteit van dat moment, de plek waar wij zijn. Ons denken is begrenst of lijkt dat in ieder geval te zijn. Ik denk dat het ook echt zo is. Helaas ben ik op dat gebied een ervaringsdeskundige. In medische kringen wordt dit wel 'fibrofog of fibromist' genoemd. Het is de mist die zit in het hoofd van fibromyalgie patiënten. Ze kunnen zich niet meer concentreren en hun gedachtewereld lijkt ongrijpbaar te zijn. Áls er al gedachten zijn. Ook die lijken afwezig te zijn. 

 

 Wat heeft mist nodig om te verdwijnen?

Als de zon doorbreekt boven de horizon en de zonnestralen krachtig genoeg daar doorheen kunnen breken, dan verwarmt de zon de lucht en komt er beweging in. Toename van wind doet de rest en de mist verdwijnt. Het voelt ook gelijk weer aangenamer en warmer.

Zo is het ook met de mist in ons hoofd, in onze gedachten. De nevelen trekken op wanneer wij ons warmen aan het Licht van de Zo(o)n. Dit zet de wind van de Heilige Geest in beweging, de ruach van God en wij merken dat ons zicht verbreedt wordt. We zien niet meer naar wat er in onze beperkte wereld voor ogen is, maar zien het grotere geheel. Zoveel als Hij ons wil laten zien. Zover als onze horizon op dat moment te zien is.

Dan zie ik reikhalzend uit naar nieuwe vergezichten. Soms zijn ze hoger, soms zijn ze lager dan waar ik mij bevind, maar één ding weet ik wel: wanneer de nevelen zijn opgetrokken, is ons uitzicht verrassend. Zolang ik in beweging ben, wuivend op de ruach van Gods Geest, zal ik mij iedere keer weer opnieuw mogen verheugen in nieuwe (ver)gezichten. Weer of geen weer, de zon breekt door. 

 

Graag trek ik eropuit met mijn camera, om de natuur in een mooi beeld vast te leggen. Zo kan ik er met regelmaat weer van genieten. Je zou kunnen zeggen; om het te koesteren.

Wanneer ik dat met de mist in mijn hoofd doe, dan lijkt dat niet de juiste manier te zijn. Mysterieuze, vage beelden wil ik toch niet koesteren?! En jij? Als ik vragen mag…. Koester jij graag de nevelen, de vaagheden of zie je alles liever in het juiste perspectief?