Het is twee dagen mistig geweest. Mist ziet er niet alleen mysterieus uit, het hééft ook iets mysterieus.
Ons zichtbaar wereldje is maar klein en het zichtbare verplaatst zich daar waar wij ons verplaatsen. De nevelen blijven bij ons en omgeven ons. Wanneer wij autorijden, doemt er af en toe iets voor ons op en zelfs onze oriënteringspunten zien er anders uit. Zo reed ik de laatste keer op de snelweg de afrit voorbij die ik al jarenlang neem om weer thuis te komen. Ik verbaasde mij er over. Als ik nu in gedachten was geweest, dan had ik het gesnapt, maar ik was toch echt op de herkenningspunten af gegaan. Blijkbaar leken ze op elkaar en had ik het niet goed onderscheiden.
Ons leven kent ook zulke mistperioden. Er is afkoeling. Geestelijke afkoeling en ons denken wordt beneveld, als in wolken gehuld. We zien alleen nog de realiteit van dat moment, de plek waar wij zijn. Ons denken is begrenst of lijkt dat in ieder geval te zijn. Ik denk dat het ook echt zo is. Helaas ben ik op dat gebied een ervaringsdeskundige. In medische kringen wordt dit wel 'fibrofog of fibromist' genoemd. Het is de mist die zit in het hoofd van fibromyalgie patiënten. Ze kunnen zich niet meer concentreren en hun gedachtewereld lijkt ongrijpbaar te zijn. Áls er al gedachten zijn. Ook die lijken afwezig te zijn.
Wat heeft mist nodig om te verdwijnen?
Als de zon doorbreekt boven de horizon en de zonnestralen krachtig genoeg daar doorheen kunnen breken, dan verwarmt de zon de lucht en komt er beweging in. Toename van wind doet de rest en de mist verdwijnt. Het voelt ook gelijk weer aangenamer en warmer.
Zo is het ook met de mist in ons hoofd, in onze gedachten. De nevelen trekken op wanneer wij ons warmen aan het Licht van de Zo(o)n. Dit zet de wind van de Heilige Geest in beweging, de ruach van God en wij merken dat ons zicht verbreedt wordt. We zien niet meer naar wat er in onze beperkte wereld voor ogen is, maar zien het grotere geheel. Zoveel als Hij ons wil laten zien. Zover als onze horizon op dat moment te zien is.
Dan zie ik reikhalzend uit naar nieuwe vergezichten. Soms zijn ze hoger, soms zijn ze lager dan waar ik mij bevind, maar één ding weet ik wel: wanneer de nevelen zijn opgetrokken, is ons uitzicht verrassend. Zolang ik in beweging ben, wuivend op de ruach van Gods Geest, zal ik mij iedere keer weer opnieuw mogen verheugen in nieuwe (ver)gezichten. Weer of geen weer, de zon breekt door.
Graag trek ik eropuit met mijn camera, om de natuur in een mooi beeld vast te leggen. Zo kan ik er met regelmaat weer van genieten. Je zou kunnen zeggen; om het te koesteren.
Wanneer ik dat met de mist in mijn hoofd doe, dan lijkt dat niet de juiste manier te zijn. Mysterieuze, vage beelden wil ik toch niet koesteren?! En jij? Als ik vragen mag…. Koester jij graag de nevelen, de vaagheden of zie je alles liever in het juiste perspectief?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten